21-04-2026 Realistische doelstellingen geven vertrouwen

 

De afgelopen weken heeft PIT Onderzoek aandacht besteed aan de beleidsdoelen in het Bestuursakkoord 2021-2026. Voor zeven beleidsterreinen heeft PIT onderzocht of de doelen zijn gerealiseerd. Op een aantal beleidsterreinen bleken deze niet of niet ten volle te zijn waargemaakt. Daarmee diende zich een vervolgvraag aan: Waren de doelen niet realistisch, of schortte het aan de uitvoering? Welke gevolgen heeft dit voor het vertrouwen in onze volksvertegenwoordigers?

Door Wouter Verschuur en Anno de Vreeze

 

Betrouwbare overheid
De Nationale Ombudsman, de Raad van State en de Algemene Rekenkamer hebben op 14 januari 2026 in een gezamenlijke verklaring een oproep gedaan aan plaatselijke politici. Ze doen een beroep op de partijen die een coalitie gaan vormen om een betrouwbare lokale overheid te creëren. Daartoe dient een bestuursakkoord realistische verwachtingen te wekken. Deze mogen best ambitieus zijn, maar moeten, als ze niet haalbaar blijken, worden bijgesteld. Het bestuur moet doen wat het belooft en alleen beloven wat het waar kan maken.

Vage beleidsdoelen
De bovengenoemde oproep is voor PIT Onderzoek aanleiding om de onderzochte beleidsdoelen van het Bestuursakkoord 2021-2026 nog eens tegen het licht te houden.
De zeven publicaties dekten niet het volledige bestuursakkoord, maar gaven wel een goede indruk van de manier waarop de coalitiepartijen hun doelen beschreven. Wat vooral opviel, is de vage en procedureel getinte formulering van nogal wat beleidsvoornemens. Het gaat dan om formuleringen als “[…..] er worden keuzes samen met de inwoners en samen met de Raad gemaakt” of “er wordt balans gezocht tussen […..]”. Er werd in die gevallen geen gewenst resultaat geformuleerd. Dergelijke beleidsvoornemens zijn dan ook niet toetsbaar.
Voornemens als “samenwerking van de gemeente met inwoners” of “[…..] de gemeente wil daadkrachtig besturen” lijken duidelijk, maar de toets op realisatie van die voornemens berust op een (min of meer) subjectief oordeel.

Beleidsdoelen woningbouw
In het geval van de woningbouw waren de intenties duidelijker, maar niet concreet gemaakt en dus ook niet toetsbaar. De coalitiepartijen “zetten in op een plusambitie”, “gaan voortvarend aan de slag met de majeure projecten” en “gaan bouwen naar behoefte”. Men kan zich met recht afvragen of deze doelen toetsbaar en realistisch waren. Ze hebben in ieder geval niet geleid tot realisatie van de woningbouwambities in het Bestuursakkoord. De pijnlijke gevolgen daarvan voor de Oisterwijkse woningzoekenden behoeven geen toelichting.

Kosten beleidsdoelen
Het bestuursakkoord bevatte financiële randvoorwaarden. Voor geen enkel beleidsdoel werd echter een schatting gemaakt van de kosten van uitvoering. Daarmee werd op voorhand het risico genomen dat een beleidsdoel niet of niet volledig waargemaakt kon worden. Want als de financiële middelen ontbreken, welke doelen krijgen dan prioriteit? Een voorbeeld daarvan is het majeure project ‘Toekomst van het Staalbergven’. Op voorhand was duidelijk, dat daarvoor aanzienlijke bedragen nodig zouden zijn.

Instrumenten van de gemeenteraad
De gemeenteraad beschikt over een aantal instrumenten om de uitvoering van het beleid te controleren en zo nodig de beleidsdoelen aan te passen. Wij noemen:
-    De griffie: De griffier levert procedurele ondersteuning, zorgt dat de besluitvorming in de Raad op juridisch verantwoorde wijze verloopt en verwijst raadsfracties door naar bronnen van informatie, waaronder medewerkers van de gemeentelijke organisatie.
-    De accountant: De Raad heeft het recht de accountant in te schakelen om de financiële consequenties en de financiële risico’s van voorgenomen besluiten te beoordelen.
-    Het budgetrecht: Wellicht het krachtigste instrument om voorgenomen maatregelen van het college bij te sturen.
-    Moties en amendementen: Via moties kan de Raad het initiatief nemen om het college tot bepaalde acties te dwingen; via amendementen kan de Raad voorgenomen plannen van het college bijsturen.
-    De rekenkamer: De Raad kan de rekenkamer verzoeken de rechtmatigheid, effectiviteit en doelmatigheid van de uitvoering van bepaald beleid te onderzoeken.
-    Fractieondersteuning: De Raad kan middelen ter beschikking stellen voor ondersteuning van de raadsfracties (onlangs is een zeer bescheiden bijdrage voor fractieondersteuning tot stand gekomen).

Concrete doelen, stevige basis
De hierboven genoemde Hoge College’s van Staat doen hun oproep, omdat zij het niet nakomen van beleidsdoelen schadelijk achten voor het vertrouwen in het democratische bestel. Hun oproep is dan ook in de eerste plaats gericht aan de opstellers van het nieuwe bestuursakkoord: Formuleer duidelijke, concrete, realistische en betaalbare beleidsdoelen. Hun oproep is ook gericht aan de nieuwe gemeenteraad. Ook wanneer een bestuursakkoord op onderdelen te onduidelijk of niet realistisch blijkt te zijn en dus ruimte laat voor interpretatie, kan de Raad zijn instrumenten inzetten om duidelijkheid te creëren.
Wanneer beleidsdoelen vaag en onduidelijk zijn, kan een gemeenteraad niet vaststellen of het college van B&W zijn werk goed doet. Als beleidsdoelen onhaalbaar blijken, zijn er verkeerde verwachtingen gewekt en is kritiek op het college onterecht. Concrete en toetsbare beleidsdoelen vormen dan ook de basis voor een gezond functionerend lokaal bestuur waarin de inwoners vertrouwen kunnen hebben.