18-05-2026 Woningbouw in Oisterwijk duurt eindeloos
Uit recent onderzoek van de Vereniging Eigen Huis (VEH) blijkt dat gemeenten te weinig doen om betaalbare koopwoningen te realiseren, met name voor starters en senioren. In Oisterwijk is slechts 7% van de huiseigenaren positief, tegenover 41 % in de beste gemeente Olst-Wijhe. Oisterwijkers noemen als oorzaak vooral gebrek aan tempo, besluiteloosheid en focus op het duurdere segment. Gaat dat veranderen na de recente aanbevelingen van de rekenkamer?
Door Kees van Elderen en Anno de Vreeze
Van de 277 gemeenten uit het onderzoek van de VEH, kwam Oisterwijk als slechtste uit de bus. Daaruit kwam een beeld naar voren “van te weinig daadkracht + verkeerde prioriteiten”. Veel opmerkingen gaan over de traagheid en lange procedures: “het duurt eindeloos”. Andere opmerkingen zijn: “er wordt (te) vaak duur gebouwd” en ook “de gemeente neemt weinig initiatief” en “laat het aan marktpartijen over”. Daar staat tegenover dat in de gemeente Olst-Wijhe meer concrete voortgang zichtbaar is en inwoners meer de regie van de gemeente ervaren. Daaronder expliciete aandacht voor starters en ouderen.
De Rekenkamer
Het beeld dat uit het onderzoek van de VEH naar voren komt is ook de gemeenteraad niet vreemd. Al in 2021 vroeg de raad om actie. Later stelde de raad tot twee keer toe één miljoen beschikbaar om de woningbouw te versnellen. De gemeente onderzocht hoe dit kon en samen met de uitvoering gingen vier jaar voorbij voordat het versnellingsteam in 2025 operationeel was. De miljoenen zijn nog grotendeels beschikbaar. Geen wonder dat de rekenkamer, na een inventarisatie onder de Oisterwijkse raadleden, besloot om onderzoek te doen naar de mogelijke instrumenten op het terrein van wonen. Met het rapport “Sturen met inzicht” wordt beoogd de rol van de gemeenteraad te versterken.
Het rapport
Het rapport beschrijft veel instrumenten zoals visies, beleidsnota’s, strategieën, uitvoeringsprogramma’s, regelingen en prestatieafspraken. Andere instrumenten die de gemeenteraad ter beschikking staan zijn ook moties, amendementen en het stellen van vragen. Geconstateerd wordt dat de raad die instrumenten actief inzet. Helaas was de effectiviteit hiervan geen onderdeel van het onderzoek. Dus is niet duidelijk of ze echt werken. Ander aandachtspunt in het rapport is het gemeentelijk beleid. Dat is op zich erg ambitieus, maar er zijn wel voorwaarden aan verbonden. Zo is speerpunt 1 om meer te bouwen, maar wel op natuurinclusieve wijze. Dat betekent volgens deskundigen dat de bouwkosten met 10 tot 30% kunnen toenemen. Ook andere basiseisen zoals dat huizen bijna energieneutraal moeten zijn, kosten extra geld. Dat maakt speerpunt 2, van nieuwbouw moet 75% betaalbaar zijn, veel moeilijker realiseerbaar. Het roept de vraag op of met het geformuleerde beleid, de gestelde doelen met betrekking aantallen en soorten te bouwen (betaalbare) woningen wel realistisch zijn.
Uitvoering van beleid
Dat vragen de onderzoekers zich ook af als het gaat over de uitvoering van het beleid. Ze noemen verschillende uitdagingen die het behalen van de kwantitatieve doelen bemoeilijken. De gemeente heeft een beperkte grondpositie en vanwege de natuur is woningbouw in het buitengebied lastig te realiseren. En opvallend wijzen ze daarnaast op een ambtelijk probleem. Kennelijk was er in de afgelopen jaren onvoldoende capaciteit en waren er veel wisselingen van projectleiders. Dat zet, zo blijkt uit het rapport, de uitvoering van het beleid ook onder druk. Maar daar gaat de raad formeel niet over: “Het college voert uit en bestuurt”. De genoemde uitdagingen aangaan is dus een taak van het college en de ambtelijke organisatie. Maar daarover vragen stellen kan natuurlijk altijd.
Sturen met inzicht
Zowel voor het college van burgemeester en wethouders, als voor de gemeenteraad zelf doet de rekenkamer vier concrete aanbevelingen. In de bestuurlijke reactie van het college worden die onderschreven en omarmd, maar niet voorzien van concrete maatregelen. Vooral wordt geconstateerd dat “het college goed op weg is om ambitieus beleid tot uitvoering te brengen”. Ook wordt veelvuldig teruggekeken op wat al wel is gedaan.
Maar afspraken over hoe het nu verder of anders moet, worden niet gemaakt of naar de toekomst verschoven. Veel wordt opgehangen aan het nu verplichte en nog op te stellen omgevingsprogramma volkshuisvesting, Daarmee wordt in 2026 gestart en midden 2027 moet dat gereed zijn. Ook de verbetering van de informatievoorziening aan de raad met de woningbouwmonitor is er nog niet. Helaas, zo stelt de Rekenkamer, “geeft het college niet aan op welke termijn deze gelanceerd gaat worden”. Ondertussen moet de raad genoegen nemen met een jaarlijkse raadsinformatiebrief, waarin de evaluatie van de (prestatie)afspraken “beschrijvend” wordt meegenomen. Echt inzicht lijkt daardoor voorlopig nog niet in zicht en dan blijft “Sturen met inzicht” onbegonnen werk.
Afspraken maken
Bij het afscheid van de verantwoordelijke wethouder memoreerde burgemeester Janssen: “Grote, betekenisvolle projecten zijn onder aanvoering van de wethouder de afgelopen jaren opgepakt en afgerond of een grote stap verder gebracht.” Hij noemde er enkele maar de meeste majeure woningbouwprojecten uit het bestuursakkoord zijn na zes jaar nog in ontwikkeling of zijn gepauzeerd. Vandaar de lage waardering voor Oisterwijk bij de VEH, want in plannen kun je nu eenmaal niet wonen. In de raadsvergadering van 26 juni komt het onderzoeksrapport van de rekenkamer aan de orde. Niet voor niets adviseert deze de gemeenteraad om met het college concrete afspraken te maken. Benieuwd of de nieuwe raad dit oppakt. Veel projecten liggen immers op de plank en vragen nu eindelijk, net als de inwoners van Oisterwijk, om daadkracht: bouwen, bouwen, bouwen.