28-10-2023 - Oisterwijk, Parel in het Groen?
deel III: Ontwikkelingen op provinciaal niveau om de achteruitgang van de natuur te stoppen

door PIT Onderzoek (Anno de Vreeze en Wouter Verschuur)

 

De natuur in en rond Oisterwijk is er slecht aan toe. Verdroging en verzuring hebben hun tol geëist.
Er bestaan geen snelle oplossingen om de neergang te keren. Wel is er op provinciaal niveau veel in beweging. Er worden visies ontwikkeld en er liggen inmiddels de nodige rapporten en beleidsnota’s.
De beleidsvisies voor de hoge zandgronden van Noord-Brabant gelden ook voor de gemeente Oisterwijk. Verdroging en verzuring kunnen immers alleen voor grotere gebieden, dus op een boven-gemeentelijk niveau, worden aangepakt.

 

Pijpenstro overwoekert de venoevers (foto Natuurmonumenten/Geurt-Besselink)

 

Groenblauwe Gebiedsgerichte Aanpak
De provincie Noord-Brabant heeft de Groenblauwe Gebiedsgerichte (GGA) aanpak ontwikkeld. De GGA richt zich op de transformatie van het landelijk gebied, met speciale aandacht voor natuur, water en landbouw. Veel partijen spelen daarbij een rol: waterschappen, natuurbeherende organisaties, particuliere grondeigenaren, agrarische sector, gemeenten en andere belanghebbenden. Plannen worden ontwikkeld voor 17 gebieden waarin natuurgebieden liggen, waaronder ons Natura 2000 gebied Kampina en Oisterwijkse Vennen. Recent heeft het college van B&W van Oisterwijk de gemeenteraad daarover geïnformeerd (raadsbrief dd. 22 augustus 2023). In de brief wordt de urgentie onderschreven. Eco-hydrologische maatregelen in de schil rond de natuurgebieden worden in gang gezet, maar er wordt eerst aan een “visiedocument” gewerkt voordat verdere actie wordt ondernomen.

Zoals vermeld in onze vorige publicatie (deel II), werkt het Landbouw Transitieteam van de provincie aan de uitkoop c.q. verplaatsing van veeteeltbedrijven in de schil rond de natuurgebieden. Dit past in de GGA-benadering. De eerste ervaringen met deze individuele benadering van piekbelasters zijn positief. Om snel te kunnen reageren op problemen met de vrijkomende gronden heeft de provincie een grondbank opgericht (Stichting Ruimte voor Maatschappelijke Ontwikkeling). Dit instituut kan vrijkomende gronden opkopen om ze vervolgens in te zetten voor natuurontwikkeling of in pacht te geven voor duurzame landbouw.

Ook in het Groen Ontwikkelfonds Brabant zijn middelen aanwezig om grond te verwerven voor de versterking van het Natuurnetwerk Brabant. Met behulp van dit fonds heeft de Stichting Duurzaam­heidsvallei het Benedictusbos kunnen ontwikkelen. Deze stichting zet zich in voor een duurzame ontwikkeling van natuur en landschap in het buitengebied tussen Oisterwijk en Tilburg, aan beide zijden van het beekdal van de Voorste stroom.

Zonder water, geen laterDe waterproblematiek dreigt onaanvaardbare vormen aan te nemen. De grondwaterstanden zijn tot een dieptepunt gedaald; de drinkwatervoorziening kan op termijn niet meer worden gegarandeerd. De provinciale Adviescommissie Droogte heeft in 2022 het rapport “Zonder water, geen later” uitgebracht over structurele aanpassingen die vanuit een integraal en lange termijn perspectief nodig zijn. Bij de uitwerking van de aanbevelingen speelt het waterschap De Dommel een belangrijke rol. Enkele aandachtspunten zijn:

  • Grondwaterstanden moeten structureel worden verhoogd.
  • Rondom Natura 2000 gebieden zijn bufferzones nodig. Binnen zo’n zone worden beperkingen opgelegd aan het onttrekken van grondwater en worden maatregelen genomen voor het op peil brengen en houden van oppervlaktewater.
  • Alle nieuw te ontwikkelen woningbouw- en verstedelijkingsplannen moeten rekening houden met de (eindigheid van) de beschikbaarheid van drinkwater. Het instrumentarium dat de gemeente daarvoor ter beschikking heeft (Omgevingswet, Bouwbesluit, stimuleringsprogramma’s) dient te worden ingezet om waterbesparing en infiltratie van hemelwater onderdeel te maken van plannen voor de herstructurering van oude wijken en de ontwikkeling van nieuwe wijken.

Voor Oisterwijk betekent dit o.a.:

  • Vergroot de buffercapaciteit van de Rosep en tref maatregelen om het regenwater langer vast te houden; benut daarbij de ervaringen met het stroomgebied van de Beerze.
  • Faciliteer het overleg dat plaatsvindt (o.a. door Brabants Landschap) met de agrariërs in de periferie van de Natura 2000 gebieden maatregelen om het waterpeil in watergangen te verhogen en de afvoer van water te vertragen.
  • Neem in het Bouwbesluit voorschriften op voor de opvang van regenwater en de installatie van grijs watersystemen.
  • Leg het gebruik van grondwater voor beregening en besproeiing aan banden (land- en tuinbouw, sportvelden, tuinen bij woningen en bedrijven).

Het rapport beveelt aan, aansluiting te zoeken bij het GGA programma. Koppel projecten voor vernatting en peilverhoging aan andere ruimtelijke opgaven, zoals stikstofreductie, verbetering van de waterkwaliteit en verduurzaming van de landbouw.

Gemeenten spelen een belangrijke rol door de openbare ruimte klimaatbestendig in te richten en door waterbesparende technieken in te zetten bij het ontwikkelen van nieuwe wijken. De gemeente kan een actieve rol spelen bij het promoten van waterbesparende maatregelen door huishoudens en bedrijven.

Van Gogh Nationaal Park
Het Van Gogh Nationaal Park (VGNP) beoogt een nationaal park - nieuwe stijl te zijn. Het park heeft geen hek en bestrijkt in het gebied tussen (grofweg) Zundert en Nuenen zowel steden als buitengebieden. VGNP wil afstemming van stedelijke bebouwing, bedrijvigheid, economie, recreatie, landschap en natuur tot stand brengen. Doel is het behoud van landschaps- en natuurwaarden in een sterk industrialiserend en verstenend Brabant.

Binnen VGNP werken ca. 70 organisaties samen: provincie, gemeenten, waterschappen, natuurorganisaties, agrarische organisaties (ZLTO), en nog enkele anderen. VGNP is geen bestuursorgaan. Het wil stimuleren, faciliteren, gezamenlijke projecten entameren (maar niet zelf uitvoeren). VGNP kent de wegen naar beschikbare overheidsmiddelen en subsidieregelingen en kan daarmee samenwerking op gang brengen.

Belangrijke ontwikkellijnen in het masterplan van VGNP zijn:

  • Versneld investeren in de realisering van een robuust verbonden en veerkrachtig natuurgebied (verbindingszones) en aantrekkelijke cultuurlandschappen.
  • Perspectief bieden voor boeren en duurzame voedselproductie. Werken aan vitale bedrijven die bijdragen aan een fraai landschap.
  • Woonkernen, platteland en natuur structureel verbinden.

Koersdocument Oostflank
Het Koersdocument Oostflank is opgesteld in samenwerking met de gemeente Tilburg. Het bevat een visie op de woningbouw in het gebied tussen (grofweg) Tilburg en Oisterwijk. Uitgangspunt is natuurinclusief bouwen. De gepresenteerde visie gaat dan ook verder dan woningbouw alleen. Het document neemt als uitgangspunt, dat het bodem- en watersysteem leidend moet zijn voor de inrichting van het landelijk gebied. Tussen de kernen zal altijd een afstand van minimaal 750 meter in acht worden genomen voor natuur- en landschaps-ontwikkeling. Er wordt gesproken over een forse bijdrage vanuit de “bossenstrategie”. Door het aanbrengen van kleinschalige landschapselementen zoals heggen, houtsingels, natuurvriendelijke oevers, kleine bosjes en kruidenrijke akkerranden ontstaat een “landschapsecologische zone”.
Het Koersdocument bevindt zich formeel nog in een concept-fase. Op dit moment kunnen betrokken partijen nog zienswijzen inbrengen.

Tot slot
Er zijn in de afgelopen tijd meerdere beleidsvisies ontwikkeld. Deels overlappen ze elkaar en wordt er in de ene visie naar de andere verwezen. Versterking van natuur en landschap en bestrijding van verdroging krijgen duidelijk aandacht; vaak staan ze op de eerste plaats. Dat is een positieve ontwikkeling.
Maar helaas, papier is geduldig. Het valt op hoeveel partijen met deels tegenstrijdige belangen, geheel in lijn met de Nederlandse poldercultuur, bij de ontwikkeling van deze visies betrokken zijn. Het kost tijd om tot consensus te komen. En pas bij de vertaling van visie naar concrete projecten (waarbij opnieuw veel partijen betrokken zijn) wordt duidelijk wat er werkelijk gaat gebeuren. Er is dan ook reden om zich zorgen te maken over het tempo waarmee de benodigde transities tot stand worden gebracht. Een zorgwekkend voorbeeld is de verplaatsing van camping De Reebok. In 2014 zette het bestemmingsplan hiervoor het licht op groen. Nu, 9 jaar later, is de beoogde natuurontwikkeling nog steeds niet op gang gekomen.

Lokaal kunnen wij - gemeente, bedrijven en inwoners - aan de benodigde transities een bescheiden bijdrage leveren. In onze volgende publicatie willen wij nagaan, hoever wij daarmee gevorderd zijn.